Digitale fotografie.html

 
ca de en es fr it nl no pl pt ru ro fi sv tr vo


 

Digitale fotografie is fotografie met behulp van een digitale camera. Dat wil zeggen elektronisch, zonder lichtgevoelige film. De digitale fotografie werd voor het eerst mogelijk in september 1981.

Voordelen van digitale fotografie zijn:

  • de mogelijkheid het resultaat onmiddellijk te controleren
  • de snellere invoer voor bewerking op computers
  • de lage kosten voor mislukte opnames
  • de mogelijkheid om relatief goedkoop meer beelden in de camera op te slaan

Een gecombineerd voor- en nadeel is het beheer van de eenmaal genomen foto's: alhoewel door de digitale aard een foto gemakkelijker beheerd kan worden, moet de fotograaf hier ook meer aandacht dan voorheen aan besteden.

bewerk Verschillen met traditionele fotografie

Het eerste wat opvalt is het ontbreken van een film in de digitale camera. Bij klassieke toestellen wordt alle beeldinformatie die als licht de lens passeert opgeslagen op een lichtgevoelige film. Deze film moet eerst chemisch bewerkt worden, waarna de foto's via een nieuwe stap, weer met een chemisch proces, kunnen worden afgedrukt. Dit ingewikkelde proces is meestal een klus voor een professionele afdrukcentrale, niet in de laatste plaats omdat er veel chemicaliën bij gebruikt worden.

Digitale camera's gebruiken geen lichtgevoelige film. Het aftasten van het beeld gebeurt door een lichtgevoelige elektronische sensorchip waarvan er verschillende types bestaan zoals CCD Charge Coupled Device en CMOS (Complementary Metal-Oxide Semiconductor). Wellicht het meest toegepast is de CCD. Het bewaren van de foto's gebeurt niet op de sensor, maar in het geheugen van de camera, waarna de afbeelding kan worden opgeslagen op een geheugenkaart, diskette, harddisk, imagetank, een (beschrijfbare) cd of een andere gegevensdrager. Daarna kunnen de foto's afgedrukt worden. Een van de mogelijkheden daarvoor is met behulp van DPOF (Digital Print Order Format).

bewerk Kwaliteit

De kwaliteit van een digitale opname hangt onder meer af van de gebruikte resolutie. Hoe hoger de resolutie, hoe meer detail kan worden vastgelegd. De resolutie van een digitale camera wordt meestal uitgedrukt in het aantal pixels (=fotodiodes) op de sensor. Tegenwoordig (2007) is meer dan 8 megapixel voor een compactcamera eerder standaard dan uitzondering; Hasselblad heeft anno 2006 een professionele camera in het assortiment met een resolutie van 39 megapixel.

Zeker even belangrijk is het objectief, waarbij dan voor de spiegelreflexcamera's geldt dat zij verwisselbare objectieven hebben en meestal een veel grotere sensor met een grotere gevoeligheid. Een derde factor is de gebruikte software van de camera zelf en de manier waarop de beelden opgeslagen worden (met compressie, b.v. JPEG, GIF, PNG of TIFF of zonder, b.v. RAW-formaat).

De fotograaf met een filmbevattende camera heeft invloed op twee belangrijke elementen die de foto bepalen: de belichtingstijd en de opening van het diafragma. Een derde variabele is de brandpuntsafstand die kan worden veranderd door van lens te wisselen of door een zoomlens te gebruiken, en de vierde is de filmgevoeligheid, die gekozen wordt bij de aanschaf van het filmrolletje. Bij digitale fotografie kan men met de betere camera's ook deze vierde variabele, gevoeligheid, per foto instellen. Dit vergt voor mensen die zijn opgegroeid met analoge fotografie een zekere nieuwe leerfase. Het is wel interessant om weten dat ook bij de digitale sensor de korrel in de vorm van beeldruis gaat toenemen wanneer men voor een grotere gevoeligheid kiest.

Een vijfde instelmogelijkheid is de witbalans [zonlicht, kunstlicht, TL, etc.]. Bij filmrolletjes koop je een filmpje van bv. 100 ASA daglicht of 400 ASA kunstlicht. Bij een digitale camera stelt de camera zelf of de fotograaf deze waarden in. Dit kan echter tot problemen leiden omdat de camera dit meestal doet door analyse van het beeld (iets wits in beeld helpt) en dit dus niet altijd op de juiste manier gebeurt. Overigens speelt dit probleem bij film ook maar wordt de analyse dan niet door de camera gedaan maar door het fotolab. Van een foto die u terug krijgt met een kleurzweem is wel degelijk een goede afdruk te maken, alleen gebeurde dat niet door het automatische proces van het lab.

Een veel vergeten kwaliteit van een opname is het dynamisch bereik, d.w.z. het grootste verschil tussen donker en licht dat de digitale camera of film nog kan onderscheiden. Ten opzichte van film is dit bereik (dat wordt uitgedrukt in stops, +/-8 voor digitaal, +/-11 (kleur) of +/-13(z/w) voor film) in de compact en meeste reflex digitale camera's (m.u.v. Leica DMR) wat beperkter. Digitale achterwanden voor midden en groot formaat camera's hebben een groter bereik. In een normale daglicht situatie is het benodigde bereik overigens 6 a 7 stops.

bewerk Tijdlijn

  • 1964: Het Jet Propulsion Lab van de NASA maakt gebruik van computers voor de omzetting van analoge signalen, uitgezonden door onbemande maanvluchten.
  • 1969: Bell Labs ontwikkelt de eerste CCD (charge-coupled device). De gevoeligheid is opmerkelijk beter dan de CMOS sensoren.
  • 1974: Kodak ontwikkeld de eerste kleurenfilter voor digitale beelden, de Bayer Pattern. Dit is opgebouwd uit twee groene, 1 rood en 1 blauw element. Dit systeem word nog steeds is de digitale camera gebruikt.
  • 1981: Sony brengt het eerste digitale fototoestel op de markt: de Mavica.
  • 1982: Kodak brengt de Disc camera uit.
  • 1988: JPEG, een standaard voor beeldcompressie, ziet het levenslicht. Het opslaan van beelden kan nu veel effectiever gebeuren, zonder veel aan beeldkwaliteit te moeten inboeten.
  • 1990: Adobe introduceert de eerste versie van Photoshop, wat later de standaard zal worden in beeldverwerkingssoftware.
  • 1994: SanDisk ontwikkelt, samen met Polaroid, Canon en Apple, de eerste CompactFlash geheugenkaart.
  • 1991: Kodak lanceert de DCS-100, een professionele digitale camera, voor ongeveer € 25.000,-
  • 1995: De eerste goedkopere digitale camera's komen op de markt.
  • 1998: Sony brengt de Mavica FD-71 uit. Deze camera slaat de foto's op een floppy disk op. Tevens werd memorystick gelanceerd.
  • 2000: De Sharp J-SH04 is de eerste telefoon met ingebouwde camera.
  • 2001: Fuji ontwikkelt Super CCD, een andere versie van de CCD.
  • 2002: Foveon introduceert een ander type beeldsensor. Sigma kondigt de SD9 aan, de eerste camera die gebruik maakt van de Foveon X3 sensor.
  • 2004: 90% van in de Nederland verkochte camera's, is digitaal.


All Right Reserved © 2007, Designed by Stylish Blog.